Nulurencontract in 2026: uw rechten en wat verandert in 2027
Een nulurencontract klinkt alsof alleen de werkgever bepaalt wanneer er wordt gewerkt en betaald. Zo eenvoudig ligt het niet. Ook zonder vaste uren heeft een oproepkracht duidelijke rechten. Denk aan een minimale oproeptermijn, loon als een dienst te laat wordt afgezegd en een aanbod voor vaste uren na twaalf maanden.
De regels gaan bovendien veranderen. Op 8 juli 2026 maakte de Rijksoverheid bekend dat de nieuwe wet voor meer zekerheid aan flexwerkers door beide Kamers is aangenomen. Vanaf 1 januari 2027 worden nulurencontracten in beginsel vervangen door bandbreedtecontracten. Tot die datum gelden de huidige regels.
Wanneer heeft u een oproepcontract?
Bij een oproepcontract ligt het aantal uren niet vast, of krijgt de werknemer geen loon wanneer hij niet werkt. Een nulurencontract en een min-maxcontract kunnen daaronder vallen. Of iemand juridisch een oproepkracht is, hangt niet alleen af van de naam boven het contract. Ook de afspraken over uren en loon tellen mee.
De werkgever moet op de loonstrook vermelden of sprake is van een oproepovereenkomst. Staat daar iets anders dan wat in de praktijk gebeurt, dan kan het verstandig zijn het contract, de loonstroken en de feitelijk gewerkte uren naast elkaar te leggen.
Welke rechten gelden nu bij een nulurencontract?
Een werkgever moet een oproepkracht normaal minimaal vier kalenderdagen van tevoren schriftelijk of elektronisch oproepen. Een e-mail of WhatsApp-bericht kan daarvoor voldoende zijn. Komt de oproep later, dan hoeft de werknemer in beginsel niet te verschijnen. Een cao kan de termijn verkorten, maar niet tot minder dan één dag.
Zegt de werkgever de dienst binnen die oproeptermijn af of verandert hij de werktijden, dan houdt de werknemer recht op loon over de oorspronkelijk opgeroepen uren. Alleen zeggen dat er onverwacht geen werk is, neemt dat recht dus niet weg.
Verder geldt in verschillende situaties een minimum van drie uur loon per oproep. Dat speelt onder meer wanneer geen vast aantal uren is afgesproken, of bij een contract van minder dan vijftien uur per week zonder vaste werktijden. Wie één uur wordt opgeroepen en aan het werk gaat, kan daardoor toch recht hebben op betaling van drie uur.
Na twaalf maanden moet een aanbod voor vaste uren volgen
Duurt de oproepovereenkomst twaalf maanden, dan moet de werkgever binnen één maand een schriftelijk of elektronisch aanbod doen voor een vaste arbeidsomvang. Het aanbod moet ten minste aansluiten bij het gemiddelde aantal uren dat de werknemer in de voorafgaande twaalf maanden heeft gewerkt.
De werknemer mag het aanbod aannemen of weigeren. Bij weigering kan het oproepcontract doorgaan, maar na de volgende periode van twaalf maanden moet de werkgever opnieuw een aanbod doen. Voor bepaalde seizoensfuncties kunnen in een cao uitzonderingen staan.
Komt er geen aanbod of wordt een te laag aantal uren aangeboden, dan kan de werknemer aanspraak hebben op loon over de uren die aangeboden hadden moeten worden. Wacht daarom niet te lang met het verzamelen van roosters, oproepberichten en loonstroken. Die stukken zijn nodig om het gemiddelde goed te berekenen.
De Hoge Raad bevestigde in november 2025 dat de jaarlijkse regeling voor het aanbod van vaste uren naast het wettelijke rechtsvermoeden van de arbeidsomvang kan bestaan. Het afwijzen van een aanbod betekent daarom niet automatisch dat een werknemer nooit meer een beroep kan doen op het gemiddelde aantal feitelijk gewerkte uren. De precieze loonvordering blijft afhankelijk van de omstandigheden.
Lees ECLI:NL:HR:2025:1802 op Rechtspraak.nlWat verandert er vanaf 1 januari 2027?
Vanaf 1 januari 2027 zijn nulurencontracten volgens de officiële overheidsinformatie in beginsel niet meer toegestaan. Daarvoor komt het bandbreedtecontract. Daarin spreken werkgever en werknemer een minimum- en maximumaantal uren af. Het maximum mag hoogstens 130 procent van het minimum zijn. Bij minimaal tien uur kan het maximum dus dertien uur bedragen.
Wordt de werknemer boven het afgesproken maximum opgeroepen, dan mag hij die extra oproep weigeren. Werkt iemand structureel meer, dan moet een contract met een hoger aantal uren worden aangeboden.
Er blijven uitzonderingen bestaan voor bijbanen van mensen met een andere hoofdactiviteit, zoals scholieren, studenten en AOW-gerechtigden. Ook overgangsregels en cao-afspraken kunnen van belang zijn. Een bestaand nulurencontract verandert daarom niet in iedere situatie op precies dezelfde manier.
Wat kunt u nu al doen?
Bent u oproepkracht, bewaar dan uw contract, loonstroken, roosters en berichten waarmee u wordt opgeroepen of afgezegd. Bereken hoeveel uur u gemiddeld werkt en controleer of u na twaalf maanden een correct aanbod heeft gekregen. In onze kennisbank vindt u de hoofdregel over het aanbod voor vaste uren kort samengevat.
Werkgevers doen er goed aan de twaalfmaandstermijn per oproepkracht vast te leggen, oproepen en wijzigingen schriftelijk te bevestigen en tijdig te beoordelen welke contracten vóór 2027 moeten worden aangepast. Op de pagina Arbeidsrecht leest u waarbij ArevLegal kan ondersteunen. In de bibliotheek met voorbeelddocumenten staan ook modellen voor arbeidsovereenkomsten.
De huidige regels, de aangekondigde wijziging per 1 januari 2027 en de genoemde rechtspraak zijn op 27 juli 2026 gecontroleerd.
Bekijk de huidige regels bij de RijksoverheidBekijk de regels en wijziging bij Ondernemersplein
Lees het nieuwsbericht van 8 juli 2026